Wonderprincipe 45

Home/Artikelen/Wonderprincipe 45

De Stichting Miracles In Contact (MIC) geeft vier maal per jaar een MIC-Magazine uit met artikelen over Een cursus in wonderen. ‘De principes van wonderen’ is een vaste rubriek in dit magazine, waarin telkens een ander wonderprincipe wordt besproken, zoals deze te vinden zijn in hoofdstuk 1 van Een cursus in wonderen. Hieronder een artikel n.a.v. wonderprincipe 45, verschenen in nr.2, juni 2012. (Bron: www.debbykamp.nl/artikelen.htm)

Wonderprincipe 45:

Een wonder gaat nooit verloren. Het kan vele mensen raken die je niet eens hebt ontmoet en onvoorstelbare veranderingen teweegbrengen in situaties waar jij je niet eens van bewust bent.

Wat heerlijk om dit te beseffen! En een extra motivatie om wonderbereidheid voorop te stellen in alle situaties… Verderop in hetzelfde hoofdstuk lees ik:

           ‘Dat het wonder op jouw broeders een uitwerking kan hebben die zich aan jouw waarneming onttrekt,  is niet jouw zorg. Het wonder zal jou altijd zegenen.’

(T1.III.8:1,2)

Belangrijk is blijkbaar het effect dat het wonder op mij heeft, dat het mij vrede brengt. Wat er daarna gebeurt is tussen Jezus en die ander. We kunnen dus nooit bij een gebrek aan zichtbaar resultaat concluderen dat er geen wonder heeft plaatsgevonden. We herkennen het aan ons innerlijk gevoel van gezegend zijn.

Een voorbeeld. In de zomer van 2010 was het een periode bloedheet. Ik wandelde langs een wei met  puffende schapen. Volop in de wol, nog niet geschoren en nergens schaduw of water te bekennen. Ik was diep geschokt. Wat een lijden! Ik kon het niet aanzien. Geen boerderij te bekennen, ik kon er ook niets aan doen!  Oja… toch! Help Jezus, hoe in vredesnaam kan ik dit anders zien?!

Ik voelde niet direct een antwoord, en liep langzaam verder. Toen merkte ik ineens dat ik een liedje neuriede:

             ‘Jij bent zoals… God jou geschapen heeft… Zijn Zoon kan niet lijden… En jij bent Zijn Zoon’…

Op het moment dat tot me doordrong wat ik zong, werd ik ineens a.h.w. de hemel ingetild, en overvallen door dankbaarheid en diepe ontroering… Ik had me vergist!  Ik had geloofd dat ik een lichaam was, en met de ogen van dat lichaam gekeken (die o.l.v. het ego altijd rondspeuren naar lijden en schuld!). En ook mijn broeder schaap, ik had gedeeld in zijn illusie van zichzelf, zijn nachtmerrie van lijden en afgescheiden van liefde zijn. Ik voelde me op een heel diep nivo verbonden, en wist  dat er niets aan de hand was. ‘Zijn Zoon kan niet lijden’. Ja, ook jij, broeder schaap, bent Zijn Zoon.

Een voorbeeld zonder zichtbaar resultaat dus, maar wel een wonder! Nu ik het opschrijf, voel ik weer die diepe ontroering en verbondenheid. Ook in die zin gaat een wonder nooit verloren… (Om misverstanden te voorkomen: we kunnen ons daarnaast evengoed geleid voelen in dit soort situaties actie te ondernemen. Maar dan doen we het vanuit innerlijke vrede, niet vanuit schuldgevoel of veroordeling. We ontkennen niet wat onze ogen zien, het is onze interpretátie die verandert).

De uitwerking van een wonder is dus niet mijn zorg. Resultaten willen zien is zelfs een valkuil! Daarmee maak ik namelijk het lichaam en de wereld weer echt. Wat wel aan mij is, is mijn verantwoording nemen:

De enige verantwoordelijkheid van de wonderdoener is de Verzoening voor zichzelf te aanvaarden.(..)

De Verzoening voor jezelf aanvaarden betekent geen steun verlenen aan iemands droom van ziekte en dood.(..) Als jij hem niet helpt, zul je samen met hem pijn lijden, omdat dit jouw wens is. En jij wordt dan een figuur in zijn droom van pijn, zoals hij in die van jou.’ (T2.V.5:1 en T28.IV.1:1,6,7 )

Werkelijke vrede ontstaat door ons te verbinden met een broeder via Jezus of de HG. Deze verbinding heeft niets te maken met lichamen, noch dat van mij noch dat van mijn broeder. En om dit te ervaren hoeft het lichaam van mijn broeder dus ook niet aanwezig of menselijk te zijn, en hoeven er geen woorden uitgewisseld te worden. Zoals Jezus uitlegt:

“Net als jij denkt jouw broeder dat hij een droom is. Deel niet in zijn illusie van hemzelf, want jouw Identiteit is aangewezen op zijn werkelijkheid. Denk in plaats daarvan aan hem als aan een denkgeest waarin illusies nog wel standhouden, maar niettemin een denkgeest die broeder voor jou is. Hij is niet tot broeder gemaakt door wat hij droomt, noch is zijn lichaam, de ‘held’ van de droom, jouw broeder. Het is zijn werkelijkheid die jouw broeder is, zoals de jouwe dat is voor hem. Jouw denkgeest en de zijne zijn in broederschap verbonden”. (T28.IV.3:1-6)

En zo kan het niet anders, dan dat elk wonder zich uitbreidt naar alles en iedereen, want alles is één.

                      ‘Wanneer ik genezen word, word ik niet alleen genezen’.(WdI.137)

Heerlijk om te beseffen, én weer te ervaren!